Mijn cliënten kennen het van mij: als ergens in een gesprek iets naar de oppervlakte komt wat de ander zelf nog niet helemaal ziet — kan je me horen zeggen: ‘Interesting!’
Wanneer ik ‘Interesting!’ zeg, is dat geen bevestiging van wat de coachee zegt. Het is een signaal — aan mezelf ook — dat er iets is wat de moeite waard is om bij stil te staan. Iets wat ik nog niet begrijp. Iets wat misschien ook de coachee nog niet helemaal begrijpt.
Het nodigt uit tot verder kijken. Niet naar een antwoord, maar naar wat er achter de vraag zit. En wat er onder de oppervlakte zit, is altijd interessanter dan wat er in eerste instantie gezegd wordt.
Die houding — oprechte nieuwsgierigheid naar de ander — is wat coaching coaching maakt. En het is ook precies wat het lastigst is om vol te houden.
Het verschil tussen nieuwsgierig zijn en nieuwsgierig lijken
Er is een verschil tussen vragen stellen en werkelijk willen weten. Veel coaches beheersen de vorm: ze stellen open vragen, ze knikken, ze parafraseren. Maar ondertussen is er al een richtinggevoel ontstaan. Een idee over wat de ander ‘eigenlijk’ moet doen. Een wens dat het gesprek een bepaalde kant op gaat.
Dat is geen nieuwsgierigheid. Dat is begeleid rondkijken met een kaart die je al in je hoofd hebt.
Echte nieuwsgierigheid betekent: je weet niet waar je uitkomt. Je hebt geen favoriete uitkomst. Je bent niet aan het sturen naar een inzicht — je bent aan het ontdekken mét de ander.
Nieuwsgierigheid begint waar jouw mening ophoudt.
De verleiding om te fixen
De reflex om te helpen is menselijk. Je ziet iemand vastlopen. Je ziet de oplossing. Je wilt het zeggen.
En soms — als trainer, als expert — is dat precies wat je moet doen. Maar als leidinggevende of coach is het een ondermijnende neiging die je kunt hebben.
Want op het moment dat jij de oplossing invult, neem je het denkwerk over. Je neemt ook het eigenaarschap mee.
Een goede leider/coach lost niets op. Een goede coach maakt het mogelijk dat de ander zelf oplost.
Dat vraagt om iets ongemakkelijks: stilzitten terwijl je het antwoord weet. En vertrouwen dat de ander dat antwoord ook kan vinden — door nieuwsgierig te blijven, goede vragen te stellen. Misschien via een andere route, misschien trager, maar blijvender en dus effectiever.
Niet verbonden zijn met een uitkomst
Dit is de kern. En het is moeilijker dan het klinkt.
Het betekent dat je het gesprek niet binnengaat met een agenda voor de ander. Geen ‘ik hoop dat hij besluit te stoppen met die baan.’ Geen ‘ze moet gewoon haar grens stellen.’ Geen ‘als hij dit maar inziet.’
De vraag die ik mezelf stel: ben ik nieuwsgierig naar wat de coachee wil, of naar wat ik denk dat goed voor ze is? Die twee zijn niet hetzelfde.
‘Interesting!’ is geen techniek. Het is een uitnodiging om samen verder te kijken.
Wat dit vraagt van jou als coach
Oprechte nieuwsgierigheid is geen vanzelfsprekendheid; het ‘weten’ is sinds kindertijd al geprezen en beloond… Het is iets wat je moet oefenen — en bewaken. Want het slijt. Zeker als je veel gesprekken voert, als je patronen begint te herkennen, als je denkt te weten hoe het zit.
Dan is het verleidelijk om sneller te gaan. Om de voor de hand liggende vraag te stellen. Om de conclusie al te trekken voordat de ander uitgesproken is.
Nieuwsgierigheid houd je levend door jezelf te blijven verbazen. Door iedere coachee te behandelen als iemand die jij nog niet kent — ook als je ze al lang begeleidt. Door jezelf af te vragen: wat weet ik hier nog níet?
In LCS kijk ik hier samen met je naar. Wanneer raak jij je nieuwsgierigheid kwijt? Wat triggert de neiging om te fixen of te sturen? En hoe vind je die open houding terug — in het moment zelf?
— Maaike Strack van Schijndel
Interesting? Wil je meer weten over Leadership & Coaching Supervisie (LCS)?
